Voorontwerp Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020

8/06/20 - Romy Goudswaard

De eerste COVID-19 faillissementen zijn een feit. Veel ondernemers zien hun inkomsten dalen wegens de van overheidswege afgekondigde Coronamaatregelen en zijn gedwongen hun bedrijfsvoering aan te passen. De overheid heeft in maart verschillende maatregelen genomen die de liquiditeitsproblemen van ondernemingen moeten inperken, waaronder; de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud) om de loonkosten door te betalen, inkomensondersteuning voor zelfstandigen, verruiming van bancair krediet en betalingsuitstel van de belastingen. Ondanks de maatregelen houden de problemen voor sommige ondernemingen toch aan. Schuldeisers zien dat hun rekeningen onbetaald blijven en vragen in sommige gevallen het faillissement van de schuldenaar aan. Ook ´gezonde´ ondernemingen moet vrezen voor een faillissementsaanvraag. Voor deze ´corona faillissementen´, is het Ministerie van Veiligheid en Justitie met een wetsvoorstel gekomen.

Doel van de wet
Op 4 juni jl. heeft het ministerie het ‘Voorontwerp Tijdelijke Betalingsuitstelwet’ gepubliceerd. Deze wet moet voortbouwen op de al bestaande regeling, waarbij rechtbanken hebben besloten om faillissementsaanvragen terughoudend te toetsen. Met inwerkingtreding van het wetsvoorstel kan een schuldenaar, tegen wie een faillissementsaanvraag loopt, de rechtbank verzoeken om bij de beoordeling van de aanvraag rekening te houden met het feit dat de bedrijfsvoering van de onderneming als gevolg van de COVID-19 pandemie niet zoals gebruikelijk was. De schuldenaar kan de rechtbank verzoeken de behandeling van de faillissementsaanvraag aan te houden, met een termijn van maximaal twee maanden, te verlengen met nog eens twee maanden. De wet zal komen te vervallen op 1 oktober 2020, tenzij verlenging nodig is.

Voorwaarden
Aan de aanhouding zijn een aantal voorwaarden verbonden, de schuldenaar moet:

  • summier aannemelijk kunnen maken dat hij hoofdzakelijk als gevolg van de geldende coronamaatregelen zijn onderneming niet normaal heeft kunnen voorzetten en daardoor niet in staat is zijn schulden te betalen;
  • aantonen dat hij vóór de coronamaatregelen wel voldoende inkomsten had, maar daarna een verlies heeft geleden van ten minste 20%;
  • aantonen dat hij na verloop van de termijn wel in staat is zijn schulden te betalen, omdat er toekomstperspectief voor de onderneming is; en
  • zorgen dat schuldeisers niet worden geschaad in hun belangen.

Wanneer het aanhoudingsverzoek wordt toegewezen, kan de schuldenaar niet meer gedwongen worden tot betaling van vorderingen. Belangrijk is op te merken dat dit uitstel van betalingsverplichtingen alleen geldt voor schulden van schuldeisers die het faillissement hebben aangevraagd, en dus niet voor alle betalingsverplichtingen. Ook schulden die ontstaan na het verzoek tot aanhouding van de faillissementsaanvraag vallen hier niet onder. Dit om te voorkomen dat de schulden nog verder oplopen. Wanneer gedurende de twee maanden blijkt dat de onderneming in de toekomst ook niet meer in staat is haar schulden te betalen of schuldeisers gaat benadelen, wordt de faillissementsaanvraag opnieuw, met spoed, behandeld.

De rechter zal altijd een afweging blijven maken tussen de belangen van de schuldeiser en de schuldenaar. Aan de ene kant wordt geprobeerd faillissementen van gezonde ondernemingen te voorkomen, aan de andere kant moet het ook niet zo zijn dat schuldeisers failliet gaan omdat de schuldenaar uitstel van betaling krijgt.

Bijkomende voorzieningen
Om de schuldenaar genoeg financiële ademruimte te geven, kan het zijn dat er meer voorzieningen nodig zijn. Er kan daarom gedurende de aanhouding geen beëindiging, opschorting of ontbinding van bestaande overeenkomsten plaatsvinden waarvan de schuldenaar reeds vóór de aanhouding in verzuim was. Verder kan de schuldenaar de rechtbank verzoeken de schuldeisers die het faillissement hebben verzocht, de bevoegdheid tot verhaal op of opeising van goederen van de schuldenaar te beperken. De bevoegdheid wordt beperkt doordat een machtiging van de rechtbank wordt vereist. Ook kan worden verzocht een beslag op te heffen of een executie te schorsen gedurende de aanhouding.

Voor gezonde ondernemingen is een ´corona faillissement´ via deze wet mogelijk af te wenden, mits de onderneming voldoende levensvatbaar is. Ook voor schuldeisers kan het voorkomen van een faillissement in sommige gevallen een voordeel zijn. Wel is het van belang dat de rechtbank een afgewogen beslissing maakt wat betreft het aanhouden van de faillissementsaanvraag. Dit om te voorkomen dat de schuldenaar onnodig extra schulden aangaat, zeker wanneer het uiteindelijk toch tot een faillissement leidt. Het wetsvoorstel ligt tot 11 juni 2020 ter consultatie.