Begrippenlijst A-H

Aandeelhouders:
Mede-eigenaren van een onderneming

Beslag:
Bewarende maatregel, verricht door een gerechtsdeurwaarder, op verzoek van een schuldeiser en strekkende tot de tegeldemaking van een vermogensbestanddeel van de schuldenaar die daardoor niet meer vrijelijk over (de beslagen) zaken of rechten kan beschikken.

Bankgarantie:
Een contract waarin een bank onvoorwaardelijk garandeert om een bedrag aan de begunstigde te betalen.

Bestuurdersaansprakelijkheid:
Aansprakelijkheid van bestuurders en andere feitelijk leidinggevenden van een BV of NV voor het bedrag van de resterende schuld in een faillissement van die vennootschap, als blijkt dat zij hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld (mismanagement) en aannemelijk dit aan de wieg stond van het faillissement. ~ geldt slechts voor fouten die gemaakt zijn in de laatste drie jaar voorafgaand aan het faillissement. Art. 248 Boek 2 BW en 138 Boek 2 BW.

Bodemzaken:
Bodemzaken zijn roerende zaken van een derde waarop bodembeslag kan worden gelegd. Voorwaarde voor toepassing van het bodemrecht is dat de roerende zaken zich op de bodem van de belastingschuldige moeten bevinden. De bodem is bijvoorbeeld het fabrieksterrein, het kantoor of de bedrijfsruimte.

Boedelschuldeiser:
Een boedelschuld in faillissement (en ook surseance van betaling en de schuldsaneringsregeling) is een schuld die ofwel in het kader van de afwikkeling van het faillissement is gemaakt, ofwel een schuld die volgens de wet of jurisprudentie als zodanig kwalificeert. Een boedelschuldeiser kan in principe zonder de afwikkeling van het faillissement af te wachten aanspraak maken op betaling van zijn vordering.

Boedelvordering:
Vordering van een crediteur op de failliete boedel.

Buitengerechtelijk akkoord:
Akkoord dat tussen curator en schuldeisers tot stand komt buiten medewerking of tegenwoordigheid van de rechtbank.

Cassatie instellen:
Het geschil aan de Hoge Raad voorleggen. Bij de Hoge Raad vindt geen onderzoek naar de feiten meer plaats.

Concurrente schulden (schuldeiser):
Schuldeiser die geen zekerheden en geen bijzondere voorrang heeft; gewone schuldeiser, zonder voorrecht.

Conservatoir beslag:
Beslag op goederen na toestemming van een rechter, vooruitlopend op een uitspraak over een geschil.

Curator:
Door de rechtbank van koophandel in het vonnis van faillietverklaring aangesteld persoon die instaat voor het beheer en de vereffening van het faillissement.

CV:
Samenwerkingsverband (vennootschap) waarin twee soorten vennoten zijn. Er zijn beherende vennoten die met hun privé-vermogen aansprakelijk zijn voor alle financiële verplichtingen van de vennootschap. Daarnaast bestaan er stille (ofwel commanditaire) vennoten die eigen vermogen aan de onderneming ter beschikking stellen en van wie de aansprakelijkheid voor de financiële verplichtingen van de vennootschap beperkt blijven tot hun inbreng (zolang ze zich niet bemoeien met de gang van zaken in de onderneming).

Default:
Standaardwaarde die gebruikt wordt wanneer geen andere waarde is opgegeven.

Direct marketing:
Direct marketing is een vorm van gespecialiseerde marketing, die door middel van alle directe communicatiemedia (correspondentie, advertenties, mailings, catalogi, telefoon, beeldscherm) een structurele duurzame relatie organiseert en onderhoudt tussen aanbieders en gesegmenteerde afnemers.

Doorstart:
Een doorstart is een term die vaak gebruikt wordt ter aanduiding van de eerste belangrijke groeifase na de start van een onderneming, of na een surseance van betaling.

Franchisegever:
Een centrale onderneming die het recht op het gebruik van de naam, het merk, de inrichting, verkoopinspanningen of producten van die onderneming tegen betaling beschikbaar stelt aan franchisenemers. Beslissingen over opzet en exploitatie worden door de franchisegever genomen.

Franchisenemer:
Een zelfstandig bedrijf, dat tegen betaling het recht op het gebruik van de naam, het merk, de inrichting, verkoopspanningen of producten van een onderneming verwerft. De franchisenemer is financieel zelfstandig maar de beslissingen over opzet en exploitatie worden door de franchisegever genomen.

Gefailleerde:
Natuurlijke- of rechtspersoon die in staat van faillissement verkeert.

Huurgenot:
Genot dat een huurder hopelijk heeft van het gehuurde, in ieder geval het recht op gebruik.

Hypotheekrecht:
Zekerheidsrecht dat ertoe strekt om op de daaraan onderworpen onroerende goederen (bijv. huis) een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen.

 

Bron: www.encyclo.nl